Basisonderwijs

RSS Feed

Aanspreekpunt politie reikt scholen de hand

16 juni 2009
Belangrijk!

Werk je samen met de lokale politie aan een veilige schoolomgeving? Pak je als partners moeilijk gedrag van leerlingen en jeugdcriminaliteit (preventief) aan? Minister van Binnenlandse Zaken Patrick Dewael besliste twee jaar terug dat elke politiezone een vast aanspreekpunt voor scholen moet hebben. Die contactpersoon ...

vervult een scharnierfunctie tussen de lokale politie en de scholen die binnen de politiezone vallen. Intussen hebben de meeste politiezones zo'n aanspreekpunt aangesteld en zijn er samenwerkingsakkoorden met de scholen afgesloten. Toch blijkt het voor scholen niet altijd even duidelijk hoe ze de richtlijnen uit die bewuste omzendbrief PLP41 nu het best toepassen. Schooldirect schept klaarheid.

School en politie werken aan een veilige schoolomgeving

Sinds 1 september 2006 moet elke politiezone een aanspreekpunt hebben voor scholen. Dat besliste Minister van Binnenlandse Zaken Dewael in de omzendbrief PLP41. De bedoeling is om samen te zorgen voor een veilige schoolomgeving en jeugdcriminaliteit preventief aan te pakken.
Enkele vragen en antwoorden maken duidelijk hoe je de richtlijnen uit die bewuste omzendbrief moet toepassen.

Wie is het aanspreekpunt?

Het aanspreekpunt bij de lokale politie is iemand die vertrouwd is met de aanpak van jeugdproblematiek en -criminaliteit. Hij of zij geldt als bevoorrechte gesprekspartner van de directeur. Je vindt de contactgegevens online.
Ook op school is het beter een vaste aanspreekpersoon aan te duiden. Dat vergemakkelijkt de communicatie en bevordert het informele contact tussen beide partijen. Het aanspreekpunt is het best iemand van het directieteam.
Zorg er ook voor dat het aanspreekpunt niet om de haverklap wijzigt.

Wie mag informatie doorgeven?

Iedereen die in een school werkt, is gebonden door het ambtsgeheim, niet door het beroepsgeheim. CLB-personeel is wél gebonden door het beroepsgeheim. Tussen die twee zijn er enkele belangrijke verschillen:
Het beroepsgeheim is een geheimhoudingsplicht die van toepassing is op iedereen die vanuit zijn beroep kennis heeft van geheimen die hem zijn toevertrouwd. Het gaat om een zwijgplicht ten aanzien van alle derden, verbonden aan een vertrouwensrelatie. CLB-medewerkers zijn gebonden door zo'n beroepsgeheim en kunnen dus nooit informatie doorgeven aan derden. Dat is ook logisch, omdat zij in een hulpverleningsrelatie zitten met de leerling en de begeleiding anders in het gedrang komt. Leerlingen moeten met het volste vertrouwen terecht kunnen bij het CLB.

Het ambtsgeheim of de discretieplicht is de verplichting om bij het uitoefenen van een ambt geen vertrouwelijke gegevens vrij te geven aan anderen dan diegenen die het recht hebben om er kennis van te nemen. Het ambtsgeheim zegt dus dat je discreet moet omgaan met dergelijke gegevens. Die verplichting geldt enkel 'buiten de muren' van de eigen instelling. Dat betekent concreet dat schoolpersoneel vertrouwelijke gegevens kenbaar moet maken aan de directeur, indien die daarom vraagt. Vertrouwelijke gegevens zijn gegevens uit de private levenssfeer en die niet openbaar zijn. De directeur is zelf ook gebonden door de discretieplicht en moet dus discreet omgaan met deze gegevens. Hij mag ze niet zomaar aan derden doorgeven.

Als de politie wordt ingeschakeld voor de opvolging van bepaalde leerlingen, is het altijd de school, en niet het CLB, die hiervoor contact opneemt met de politie.

Welke informatie mag je doorgeven?

Vertrouwelijke informatie, dus gegevens uit de privésfeer, mag je niet doorgeven aan de politie.

Puur feitelijke informatie of informatie over objectief vaststelbare gegevens mag je altijd doorgeven aan de politie. Hetzelfde geldt voor strafbare feiten die op school plaatsvinden (bijvoorbeeld een leraar die een leerling drugs ziet verkopen op school of een leraar die een leerling een geweldsdelict ziet plegen). Ook getuigenissen van leerlingen over strafbare feiten die ze andere leerlingen zien plegen, vallen hieronder. In die gevallen kan de directeur niet optreden in de plaats van politie en justitie.Het is altijd de school zelf die afweegt wat ze doorgeeft en wat niet. Houd er wel rekening mee dat de politie de helpende hand is en misdrijven opsporen exclusief tot haar bevoegdheden behoort. Het is dan ook niet aangewezen dat je zelf op onderzoek gaat bij strafbare feiten. De school en het aanspreekpunt bij de politie maken het best vooraf duidelijke afspraken over wat gemeld wordt en wat niet. Zo is het soms beter bepaalde vechtpartijen op school niet te melden aan de politie, maar ze binnen de school op te lossen, bijvoorbeeld door middel van een hergo (herstelgericht groepsoverleg).

Als school moet je hulp verlenen aan personen in nood. Jongeren die een acuut gevaar lopen door eigen toedoen of door dat van anderen, bijvoorbeeld een leerling die vertelt dat hij thuis mishandeld wordt, moet je dus helpen. Dat kan door een hulpverleningsdienst in te schakelen. Je hoeft dus niet noodzakelijk de politie aan te spreken. Belangrijk is wel dat, áls je hulp nodig hebt van politie of gerechtelijke instanties, je die tijdig inschakelt en niet wacht tot de zaak escaleert.
Als je niets onderneemt, kan je bestraft worden wegens schuldig verzuim.

Wat doet de politie met de informatie?

De politie moet altijd handelen in verhouding tot het doel en de meest adequate en minst dwingende werkwijze kiezen. Ook discretie is belangrijk. Het is mogelijk dat de politie ervoor opteert om niet tussen te komen, omdat ze vindt dat de school het probleem beter alleen oplost. In andere gevallen kan de politie je medewerking nodig hebben. Je maakt het best vooraf, en geval per geval, goede afspraken.

Wat met spijbelen?

Informatie over het al dan niet aanwezig zijn van een leerling op school is feitelijke informatie en mag je dus altijd doorgeven aan de politie.
De eerste verantwoordelijke voor de aanpak van spijbelproblemen blijft echter de school zelf. Het CLB kan haar bijstaan. Leerplichtige leerlingen met spijbelproblemen begeleiden, is zelfs een verplichte opdracht voor de CLB's.
Vooraleer de school contact opneemt met het aanspreekpunt van de lokale politie, moet ze zelf al het nodige doen om tot een oplossing te komen. Een buitengerechtelijke oplossing geniet bij minderjarigen immers altijd de voorkeur.

Wat zijn de gevolgen voor de leerling als de politie tussenkomt?

Voor minderjarigen zijn er verschillende trajecten mogelijk. Hij kan zich in een buitengerechtelijk hulpverlenend traject in de welzijnssector laten begeleiden. Daarnaast bestaat het gerechtelijke traject van een 'problematische opvoedingssituatie' (POS). Daarbij verkeert de minderjarige in een zware problematische toestand waarbij hulpverlening vereist is, door bijzondere gebeurtenissen, door relationele conflicten of door de omstandigheden waarin de minderjarige leeft.
Een derde optie is het gerechtelijke traject bij als 'misdrijf omschreven feiten' (MOF). Dat zijn strafbare feiten gepleegd door minderjarigen.
Het onderscheid tussen een minderjarige en een meerderjarige leerling is niet relevant voor de school wanneer ze het aanspreekpunt bij de politie inschakelt. Het is pas bij het verdere verloop van de procedure bij politie en justitie dat er een verschil is: een meerderjarige die misdrijven pleegt, valt onder het strafrecht. Een minderjarige valt onder het jeugdrecht.

Welke feedback krijgt de school?

In het belang van de leerling geeft de politie zo weinig mogelijk informatie aan de school. Over de inhoud van het gevoerde onderzoek mag de politie niets meedelen, maar informatieverstrekking die aantoont dat ze met de zaak bezig is, moet kunnen.
Zorg dat er een soort van informatiestroom op gang komt, waarbij school en politie elkaar op de hoogte houden van het verdere verloop.

Het is ook nuttig dat er telkens na een tussenkomst van de politie op vraag van een school een soort van evaluatie of debriefing plaatsvindt. Dat kan op bestaande overlegfora waarop school en politie aanwezig zijn, of je kan daar een apart overleg voor oprichten.
Sowieso is het nuttig om de samenwerking tussen scholen en lokale politie geregeld te evalueren, ook als er geen tussenkomsten zijn geweest.

Wat staat er in het protocolakkoord tussen school en politie?

Overeenkomsten moeten gedragen zijn door school én politie en zijn het resultaat van een grondige dialoog. Een algemene modelovereenkomst is dus geen goed idee. Trek voldoende tijd uit om afspraken uit te werken.
Voor scholen is het belangrijk dat het protocol aansluit bij haar visie op zorg, de leerlingenbegeleiding, het drugsbeleid, de spijbelpreventie ...  De samenwerking met de politie staat immers niet op zich, maar kadert binnen het algemene beleid.
Als school maak je daarom het best eerst zelf een analyse van de feiten en problemen waarmee je geconfronteerd wordt op school en in de omgeving. De problemen waarmee scholen te maken krijgen, kunnen immers sterk verschillen van regio tot regio en van school tot school.  Betrek bij die analyse leerlingen, personeel, CLB en ouders, zodat je met een gedragen visie naar de politie kan voor verder overleg.

Het protocol kan afspraken bevatten over:

  • het vast aanspreekpunt bij de lokale politie;
  • het vast aanspreekpunt bij de school;
  • met wie, hoe en wanneer de school contact opneemt ten gevolge van feiten waarbij zij de politie wil inschakelen;
  • met wie, hoe en wanneer de politie contact kan opnemen met concrete vragen;
  • regelmatig en structureel overleg tussen beide aanspreekpunten;
  • ...

 

Vind de contactgegevens van je aanspreekpunt (per gemeente) http://www.info-zone.be/data-plp-41/plp-41-city/plp-41-city-a-n.htm
Lees meer over de rol van de politie in de spijbelaanpak
http://www.ond.vlaanderen.be/leerplicht/actoren/politie/default.htm
Laat je inspireren door goede praktijkvoorbeelden (klik 'documentatie' - 'lokale politiewerking' - jeugdcriminaliteit')
http://www.info-zone.be/home.htm
Raadpleeg de volledige omzendbrief PLP 41
http://www.info-zone.be/rules/omzend-circu/circu-plp-n.htm

Deze tekst is gebaseerd op de Krijtlijnennota over de PLP 41 die gezamenlijk werd opgesteld door het federale ministerie van Binnenlandse Zaken en het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Vorming. Je vindt deze krijtlijnennota op de leerplichtwebsite.

http://www.ond.vlaanderen.be/leerplicht/actoren/politie/default.htm





Subsub